
Een klein magazijn zonder locatienummers kan een tijd goed functioneren. Zeker als je met een klein team werkt en iedereen precies weet in welke stellingen alles staat. Maar zodra je assortiment groeit, medewerkers wisselen of producten regelmatig van plek veranderen, gaat ‘ik weet wel waar het ligt’ steeds minder vaak op.
Onze ervaring is dat magazijnen veel meer hebben aan een logische nummering van de stellingen. Elke plek krijgt zo zijn eigen herkenbare nummer. En niet alleen de stellingen, maar ook de gangen, niveaus en afzonderlijke opslagplekken krijgen een nummering.
Dat maakt het magazijn overzichtelijker en het werk een stuk makkelijker. Ook als je met een WMS (Warehouse Management System) werkt, vormt de locatienummering een belangrijke schakel tussen je digitale voorraad en de fysieke plek in het magazijn.
Maar hoe pak je dat slim aan? Want zomaar wat nummers op je stellingen plakken is niet het meest handige systeem. In dit artikel leggen we uit hoe je een praktische locatienummering opzet die past bij jouw magazijn.
Belangrijkste punten:
-
Locatienummering geeft iedere plek in je magazijn een vaste en herkenbare locatie.
-
Een goed nummeringssysteem maakt je magazijn overzichtelijker en efficiënter. Je kunt gangen, stellingen, niveaus en opslagplekken opnemen in één duidelijke locatiecode.
-
Duidelijke labels zorgen ervoor dat de nummering ook op de werkvloer werkt. Zorg ervoor dat locaties goed zichtbaar zijn met voldoende kleurcontrast, duidelijk leesbaar zijn en logisch genummerd.
-
Met een WMS haal je nog meer uit locatienummering. Je koppelt de fysieke opslaglocaties aan je digitale voorraad, waardoor orderpicken, inslag en voorraadbeheer eenvoudiger worden.
Waarom nummering in het magazijn belangrijk is
Locatienummering in het magazijn is als een straatnaambord in de stad. Zonder die cruciale informatie is navigeren vrij lastig. En de kans dat je op een verkeerde plek belandt, is behoorlijk groot.
“Een locatienummer moet je kunnen lezen als een adres. Als een medewerker lang moet nadenken over wat het nummer betekent, hebben we het systeem te ingewikkeld gemaakt.” - Magazijnplein
Met een logische nummering van je stellingen geef je iedere opslaglocatie een vaste, unieke plek. Medewerkers weten daardoor precies waar ze moeten zijn om goederen weg te zetten of te picken. Dat levert tijdwinst op en maakt het magazijn overzichtelijker en minder foutgevoelig.
Een goed systeem voor locatienummering helpt om:
-
Sneller te orderpicken: medewerkers hoeven niet te zoeken naar de juiste stelling of opslaglocatie
-
Minder fouten te maken: de kans dat een product op de verkeerde plek terechtkomt, wordt kleiner.
-
Nieuwe medewerkers sneller wegwijs te maken: een logische nummering is makkelijker te begrijpen dan een magazijnindeling die alleen de ervaren medewerkers kennen.
-
De voorraad beter te beheren: je weet niet alleen wat je hebt, maar ook waar het ligt.
-
Efficiënter gebruik te maken van de magazijnruimte: iedere locatie krijgt een duidelijke functie.
Een logische locatienummering gaat verder dan alleen stellingen labelen met nummers van 1 tot 100. Je kunt in één code bijvoorbeeld aangeven in welke gang, stelling, sectie en op welk niveau een product ligt. Daarmee vertelt het locatienummer je meteen waar je moet zijn.
Systemen voor locatienummering
Er is niet één juiste manier om je magazijn te nummeren. Het beste systeem hangt af van de grootte van je magazijn, de indeling en de manier waarop je werkt. Het belangrijkste is dat de nummering logisch, consequent en voor iedereen begrijpelijk is.
Een locatienummer kun je opdelen in verschillende elementen. Je kunt bijvoorbeeld werken met:
-
de zone;
-
het gangpad;
-
de stelling;
-
het niveau of de plank;
-
het vak of de positie.
Bij een palletstelling gebruik je bijvoorbeeld de gang, het stellingnummer, het niveau en de palletpositie. Bij een legbordstelling kun je het niveau van de planken en het vak op de plank meenemen.
Hier volgen een paar veelgebruikte nummeringsystemen voor magazijnen.
1. Oplopende nummering
Dit is de eenvoudigste variant waar je de locaties achter elkaar nummert.
Bijvoorbeeld:
01 - 02 - 03 - 04 - 05
Dit werkt prima in een klein en overzichtelijk magazijn met weinig verschillende zones. Wordt je magazijn groter, dan wordt alleen een oplopende nummering al snel wat minder praktisch. Nummer 47 zegt immers niet zoveel over de locatie zelf.
2. Nummering per gang
Je kunt de locatiecode opbouwen uit verschillende onderdelen. Bijvoorbeeld:
03-05-02-04
Waarbij geldt:
-
03 = gang 3
-
05 = stelling 5
-
02 = niveau 2
-
04 = positie 4
Hiermee kun je aan de code al aflezen waar je moet zoeken. Handig voor je medewerkers én voor een eventueel WMS.
3. Nummering per zone
Heeft je magazijn verschillende zones? Dan kun je die meenemen in de nummering. Een voorbeeld is:
A-03-05-02
Hier staat A voor de magazijnzone, gevolgd door gang, stelling en niveau.
Dit is vooral handig wanneer je magazijn verschillende functies heeft, zoals een ontvangstzone, bulkopslag, orderpickzone en expeditie.
4. Alfanumerieke nummering
Je hoeft niet alleen cijfers te gebruiken. Met letters en cijfers kun je de structuur van je magazijn duidelijker maken.
Bijvoorbeeld:
B-04-03-02
De B kan de zone aangeven, 04 de gang, 03 de stelling en 02 het niveau.
Welke combinatie je ook kiest: probeer het systeem zo op te zetten dat iemand die voor het eerst in je magazijn komt, de logica kan begrijpen. Want een locatienummer is pas echt handig als niet alleen de magazijnchef weet wat het betekent.
Locatienummering stap voor stap opzetten
Een goede locatienummering begint met bepalen hoe je magazijn in elkaar zit en welke informatie je in een locatienummer wilt terugzien. Met deze stappen zet je een systeem op dat logisch werkt en met je magazijn kan meegroeien.
1. Breng je magazijnindeling in kaart
Begin met een plattegrond of overzicht van je magazijn. Kijk welke zones, gangen, stellingen en opslaglocaties je hebt.
Denk bijvoorbeeld aan:
-
ontvangst en goederenontvangst;
-
bulkopslag;
-
orderpicklocaties;
-
palletstellingen;
-
legbordstellingen;
-
expeditie;
-
retouren of afwijkende goederen.
2. Bepaal de opbouw van je locatienummer
Bedenk vervolgens welke informatie je in de locatiecode wilt verwerken. Houd het vooral logisch en niet onnodig ingewikkeld.
Een veelgebruikte opbouw is:
Zone – Gang – Stelling – Niveau – Positie
Bijvoorbeeld:
B-03-05-02-04
Dit betekent dan:
-
B = zone B
-
03 = gang 3
-
05 = stelling 5
-
02 = niveau 2
-
04 = positie 4
Aan het nummer kun je al zien waar je moet zijn. Wel zo handig als je met een volle pallet door het magazijn manoeuvreert.
3. Kies een vaste looprichting
Bepaal hoe je de gangen en stellingen gaat nummeren. Bijvoorbeeld van voor naar achter of van links naar rechts.
Kies één logische richting en houd die overal aan. Nummer dus niet de ene gang van links naar rechts en de volgende ineens andersom. Dat lijkt misschien een detail, maar juist dit soort kleine verschillen zorgen later voor verwarring.
4. Nummer de gangen en stellingen
Geef iedere gang een uniek nummer en vervolgens iedere stelling binnen die gang een nummer.
Bijvoorbeeld:
Gang 01 → Stelling 01, 02, 03, 04
Gang 02 → Stelling 01, 02, 03, 04
Of gebruik één doorlopende nummering voor de stellingen. Welke variant je kiest, is minder belangrijk dan de consistentie.
Let hierbij ook op de uitbreidingsmogelijkheden. Als je verwacht dat er later een paar gangen bijkomen, zorg dan dat je nummering daar ruimte voor laat.
5. Nummer de niveaus en posities
Daarna geef je de afzonderlijke opslaglocaties een nummer. Bij een palletstelling kan dat bijvoorbeeld per niveau en positie.
Stel: een stelling heeft vier niveaus en drie palletplaatsen per niveau. Dan krijg je voor het eerste niveau:
01-01
01-02
01-03
en voor het tweede niveau:
02-01
02-02
02-03
Ook hier geldt: spreek vooraf af vanaf welke kant je telt en waar je begint. Hiermee voorkom je dat twee medewerkers dezelfde locatie anders interpreteren.
6. Controleer of iedere locatie uniek is
Nu is het tijd voor een kleine realitycheck. Kan iedere opslaglocatie aan de hand van de code precies worden teruggevonden?
Loop het magazijn letterlijk door en controleer de nummering. Kom je ergens twee dezelfde codes tegen? Ontbreekt er een locatie? Of blijkt een nummer in de praktijk toch verwarrend?
Dit is hét moment om het systeem nog aan te passen.
7. Leg de nummering vast
Maak vervolgens een overzicht van alle locaties. Dat kan in een eenvoudige spreadsheet, maar bij grotere magazijnen kan dit ook onderdeel worden van je voorraadbeheersysteem of WMS.
Leg in ieder geval vast:
Locatiecode → fysieke locatie → eventueel type opslag → eventuele bijzonderheden
Daarmee heb je één centrale bron voor je magazijnindeling.
8. Houd rekening met groei
Een magazijn staat nooit stil. Er komt een stelling bij, een gang verandert of een productgroep verhuist.
Ontwerp je locatienummering daarom niet alleen voor vandaag, maar ook voor morgen. Een systeem waarbij je bij iedere kleine wijziging alle nummers moet aanpassen, gaat je uiteindelijk meer werk opleveren dan besparen.
Locaties en stellingen labelen
Een locatienummer is pas handig als je het ook goed kunt terugvinden. Tijd dus om je nummering uit de spreadsheet naar de werkvloer te brengen. Dat doe je met duidelijke locatielabels en stellinglabels.
Zorg dat de labels goed zichtbaar zijn vanaf de plek waar je medewerker de locatie moet kunnen herkennen. Bij een palletstelling kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je het locatienummer aan de voorzijde van de stelling plaatst. Bij hogere stellingen is het belangrijk dat de labels ook vanaf de vloer goed leesbaar zijn.
Gebruik bij voorkeur een vast formaat en dezelfde opmaak voor alle locaties. Zo ontstaat er rust in het magazijn en weet iedereen waar hij moet kijken. Een nummer als B-03-05-02-04 moet bovendien niet alleen leesbaar zijn met een duidelijk kleurcontrast, maar ook logisch aansluiten op de manier waarop je magazijn is ingedeeld.
Maak onderscheid tussen stelling en locatie
Een stelling kan meerdere opslaglocaties bevatten. Het is daarom handig om niet alleen de hele stelling te nummeren, maar ook de afzonderlijke posities.
Bijvoorbeeld:
Stelling B (zone B) - 03 (gangpad 3) - 05 (stelling 5)
→ niveau 01, positie 01
→ niveau 01, positie 02
→ niveau 02, positie 01
→ niveau 02, positie 02
Een product dat op niveau 02, positie 02 ligt, krijgt dan een volledige locatiecode waarin je al deze informatie terugziet, bijvoorbeeld B-03-05-02-02.
Denk ook aan de leesrichting
Spreek vooraf af vanaf welke kant je de locaties nummert. Bijvoorbeeld van links naar rechts en van beneden naar boven. Houd die volgorde vervolgens overal aan.
Dat klinkt misschien als een detail, maar juist in een groot magazijn kunnen kleine onduidelijkheden voor behoorlijk wat zoekwerk zorgen.
Kies labels die tegen een stootje kunnen
Magazijnlabels krijgen het nodige te verduren. Heftrucks, palletwagens, stof en dagelijks gebruik zijn niet bepaald de beste vrienden van een papieren sticker.
Kies daarom voor duidelijke, goed leesbare en duurzame labels die passen bij de omgeving. Je kunt er eventueel een barcode of QR-code aan toevoegen. Zeker wanneer je met een WMS of scanners werkt, kan dat het verwerken van locaties een stuk eenvoudiger maken.
En vergeet niet: een label dat op papier perfect leesbaar is, hoeft dat vanaf vijf meter hoogte niet te zijn. Test daarom eerst een paar labels op de werkvloer voordat je het hele magazijn volplakt.
Combineren met een WMS
Heb je een groter magazijn of veel verschillende producten? Dan kan locatienummering nog veel meer opleveren als je deze koppelt aan een WMS. Zo wordt je locatienummering niet alleen een handig systeem op de stellingen, maar ook onderdeel van je voorraadbeheer.
Een WMS houdt bij welke producten op welke locaties liggen. Geef je bijvoorbeeld een product de locatie B-03-05-02-04, dan weet het systeem precies waar dit product hoort te liggen. Komt er een bestelling binnen? Dan kan het WMS de medewerker naar de juiste locatie sturen.
Minder zoeken, minder fouten
Zonder WMS moet een medewerker vaak zelf onthouden of opzoeken waar een product ligt. Met een gekoppelde locatienummering krijgt hij de locatie direct in beeld of op een scanner te zien.
Ook bij het inruimen van binnenkomende goederen kan een WMS helpen. Het systeem kan bijvoorbeeld aangeven op welke vrije locatie een product het beste kan worden opgeslagen.
Daarmee voorkom je dat medewerkers zelf maar een plekje zoeken en je magazijn langzaam verandert in een verzameling van ‘tijdelijke’ opslagplekken die vervolgens permanent blijken te zijn.
Maak je nummering WMS-proof
Wil je locatienummering koppelen aan een WMS? Denk dan vooraf goed na over de opbouw van je codes. Gebruik unieke locaties en zorg dat iedere code maar naar één fysieke plek verwijst.
Houd de structuur bovendien zo eenvoudig mogelijk. Een WMS kan ontzettend veel informatie verwerken, maar dat betekent niet dat je locatienummers dat ook moeten doen.
Een goede locatienummering vormt de brug tussen je fysieke magazijn en je digitale voorraadbeheer. De stelling vertelt je waar je bent, het WMS vertelt je wat daar hoort te liggen.
Benieuwd hoe je jouw magazijn slimmer kunt inrichten?
Een goede locatienummering is één ding. Maar ook de juiste stellingen, indeling en opslagmogelijkheden maken een groot verschil in hoe efficiënt je magazijn werkt.
We komen daarom graag bij je langs om samen naar jouw magazijn te kijken. Waar kun je ruimte winnen? Welke stellingen passen bij je voorraad? En hoe richt je de locaties logisch in, zodat medewerkers minder hoeven te zoeken en lopen?
Vraag gratis advies op locatie aan en ontdek wat er in jouw magazijn mogelijk is.
Gratis advies op locatie aanvragen
Veelgestelde vragen over locatienummering
1. Wat is locatienummering in een magazijn?
Locatienummering is het geven van een unieke code aan iedere opslaglocatie in je magazijn. Zo kun je precies aangeven waar een product ligt. Een locatiecode kan bijvoorbeeld bestaan uit een zone-, gang-, stelling-, niveau- en positienummer.
2. Hoe nummer je een magazijnstelling?
Dat hangt af van de indeling van je magazijn. Een veelgebruikte methode is om eerst de gangen te nummeren en vervolgens de stellingen, niveaus en posities. Bijvoorbeeld: B-03-05-02-04. Spreek vooraf een vaste nummeringsrichting af en gebruik deze overal hetzelfde.
3. Moet iedere opslaglocatie een eigen nummer hebben?
Ja, als je met locatienummering werkt is het verstandig om iedere afzonderlijke opslaglocatie een unieke code te geven. Bij een grote palletstelling kan iedere palletpositie bijvoorbeeld een eigen locatienummer krijgen.
4. Kun je locatienummering koppelen aan een WMS?
Ja. Een WMS kan de locatienummers gebruiken om bij te houden welke producten op welke locaties liggen. Medewerkers kunnen de juiste locatie vervolgens via een scanner of ander systeem opzoeken. Dit helpt bij het inslaan, verzamelen en beheren van voorraad en verkleint de kans op fouten.
